“Ja, maar mijn dochter/neefje/hamster van 6 kan heel goed programmeren!”

Omdat er geen verplichte programmeerlessen zijn in Nederland, worden veel lessen gegeven door gastdocenten, vaak uit de IT. Bij CodeUur werken we er ook mee, en laat me voorop stellen dat het geweldig is dat mensen zich, vaak in hun vrije tijd, inzetten om kinderen meer digitaal vaardig te maken.

Maar… een probleem dat ik zie is dat mensen vaak de programmeercapaciteiten van jonge kinderen overschatten. Uit ons onderzoek blijkt dat logisch en abstract denken par echt goed ontwikkeld wordt bij kinderen boven de 11. En dat onderzoek staat niet op zich, als je in de literatuur duikt over de ontwikkeling van jonge kinderen, dan kom je al snel Piaget tegen. Deze wetenschapper uit de jaren ’50 van de vorige eeuw, onderscheidde vier niveaus in de ontwikkeling van kinderen, en ook hij zag pas na 11 jaar een ontwikkeling in de plan- en logisch denkvermogen van kinderen.

Het is natuurlijk helemaal niet zo dat ze niet kunnen programmeren, het lukt echt wel om iets te maken, zeker met een zeer exploratieve taal als Scratch, maar… dat is vaak een kwestie van heel veel proberen en toevallig iets goeds raken. Ik zie ook kinderen vaak hun plan aanpassen n.a.v. hun resultaten. Ze willen bijv. een poppetje dat draait, en dan krijgen ze een poppetje dat knippert en dan is dat opeens precies wat ze van plan waren 🙂 Ook leerkrachten/ouders helpen vaak veel mee met het plannen.

Dat zorgt ervoor dat de capaciteiten van kids vaak overschat worden. Ik hoor echt heel vaak:

“mijn dochter van 5 heeft jouw hele cursus zelf gedaan”
“mijn neefje is pas 8 en hij kan al heel goed JavaScript”

Okee, ik heb nog geen mails over hamsters gehad maar wat niet is, kan nog komen zegt mijn moeder altijd 😉

Dat leidt er dan vaak toe dat mensen denken dat het lesmateriaal dus geschikt is voor alle kinderen van die leeftijd.

Met deze blog wil ik je uitdagen om hier eens kritisch naar te kijken. Kijk er kritisch naar om deze twee redenen:

1. Waarschijnlijk is jouw kind niet representatief

Als het kind dat je les hebt gegeven hebt, jouw eigen biologische kind is en dus jouw genen heeft, dan kan het zijn dat dit kind in het voordeel is vanwege aanleg. En als het een kind is dat je opgevoed hebt, dan heb je vast vaak verteld over je werk, en heb je spelletjes met het kind gedaan die jij leuk vindt, die misschien wel met logisch nadenken te maken hebben. Allemaal redenen dat het zou kunnen dat jouw kind er beter in is, zeker in het begin!

2. Heb je echt gemeten wat je kind of leerling snapt?

Vaak berust de vaststelling van de capaciteiten van de kinderen alleen op waarnemingen. Je ziet dat het je kind lukt. Maar snappen ze het ook echt? Ik ben wel eens op bezoek geweest bij een meester die zei dat zijn kinderen echt goed konden Scratchen. Toen wij met ze aan de gang gingen, viel dat heel erg tegen. Allerlei concepten die hij ze had uitgelegd, bleken ze niet zelf te kunnen toepassen. Zijn stappenplannen waren zo goed uitgewerkt dat kinderen ze probleemloos konden volgen. Maar dat is iets anders dan echt zelf doen.
Als wij willen vaststellen wat kinderen weten, gebruiken we gestandaardiseerde vragenlijsten, die kinderen op papier invullen. Dan kun je echt meten wat een kind concepten beheerst. Niet alleen vragen we dan naar constructie van programma’s, we kijken ook of kinderen zelf kunnen voorspellen wat een programma doet. Deze activiteit “tracen” is een zeer goede indicator van programmeerbegrip.

Conclusie: let op met het veralgemeniseren van waarnemingen van maar een kind of leerling, al helemaal als het je eigen kind is, of een kind bij wiens opvoeding je betrokken bent.